|
Een dag
uit het leven van Morus
Morus
merkt dat er weer een nieuwe dag is aangebroken. Hij rekt zich
uit en gaapt. Door het sleutelgat van zijn kennel ziet hij
zonlicht komen en in de verte hoort hij een trein voorbijrijden.
De vogels fluiten en sommige vogels zijn zelfs zo brutaal dat ze
door de tralies de kennel invliegen en water drinken uit zijn
drinkbak. Dit ergert de oude Morus altijd een beetje. Morus
draait zich nog eens om en valt weer in slaap. Hij droomt dat
hij ergens loopt te wandelen en dat hij wordt geroepen:
Mooorrrruuusss! In
zijn droom rent hij naar deze tweevoeter toe en de tweevoeter
roept: Kom maar lieverd, kom maar in mijn armen. Dichter en
dichter komt hij bij de tweevoeter en als hij er bijna is
schrikt hij wakker van een geluid in de kennel. Zijn buurman is
wakker geworden en springt tegen de tralies op. Morus zucht,
want de mooie droom is weer voorbij en de werkelijkheid is
anders. Hij moet opstaan en zijn oude botten strekken. Hij heeft
ook wel wat dorst gekregen, misschien komt dit nog wel van zijn
maaltijd van gisteren. Helaas zijn kom is leeg. Enigszins
teleurgesteld loopt Morus het buitengedeelte van zijn kennel in.
Hij voelt aandrang en het zou fijn zijn als hij nu even zijn
kennel mocht verlaten om zijn plasje kwijt te kunnen, maar
helaas kan dit niet en hij heft zijn poot dan maar in een hoekje
van zijn buitenverblijf. Kom dan toch tweevoeter! Ik heb dorst!
Morus blaft en wacht op het geluid van de sleutels die poorten
van het asiel zullen openmaken. Eindelijk hoort hij het geluid!
Hij is niet de enige die het geluid hoort dat de komst van de
tweevoeters aankondigt. Uit veel kennels hoort hij geblaf komen.
Nu al. De dag is nog maar net begonnen. Zijn soortgenoten houden
elkaar op de hoogte. Wat een lawaai, wat een verschrikkelijk
lawaai. Morus heeft best wel eens wat last van zijn oor en dit
geluid doet hem pijn. Hij kruipt maar weer in zijn mand,
misschien heeft hij dan minder last van het geluid. Het haalt
niets uit, want het geluid van minstens honderd blaffende honden
kun je niet negeren. In de verte hoort hij nog de geluiden die
de tweevoeters maken: de krakende deur van het kantoor, de
kruiwagens, gepraat, sloten die open worden gemaakt.
Tweevoeters
zullen Morus nooit vervelen, hadden ze maar wat meer tijd voor
hem. Ze geven hem zorg, maar hij zou zo graag willen dat ze even
wat langer konden blijven. Morus houdt van het moment dat ze
even zijn kennel binnenstappen. Hij hoopt dan dat ze wat tijd
voor hem hebben. Even een knuffel, een aai over de bol. Hij
hoort tweebenige voetstappen zijn kant op komen. Zou dit het
moment zijn dat ze zijn kennel binnenkomen? Het is degene die
medicijnen rondbrengt, voor de gelukkige honden die één of een
paar keer per dag een stuk worst met een tablet er in krijgen.
Hij hoort de vrolijk piepende pups die hun eerste maaltijd van
de dag voorgeschoteld krijgen. Ach, de jeugd, het is voor hem al
zo lang geleden. Wat zal hij te eten krijgen? De gedachte aan
eten doet hem al het water in de bek lopen. Eindelijk is hij aan
de beurt en krijgt hij zijn water en zijn eerste maaltijd van de
dag. De tweevoeter heeft het druk en moet snel verder, misschien
heeft de oude Morus de volgende keer meer geluk en zal ze dan
wat tijd voor hem hebben.

De
honden om hem heen worden moe van het blaffen en langzaam wordt
neemt het lawaai af. Sommige honden gaan in hun mand liggen en
anderen zoeken een streepje zon op in hun kennel om zich in te
koesteren. Er komen nu ook vreemde tweevoeters de poorten van
het asiel door. Ze lopen langs alle kennels en kijken. De oude
Morus weet wel wat ze zoeken, want hij heeft dit al zo vaak
gezien. Ze zoeken een jonge hond. Iedereen zoekt altijd een
jonge hond. Ze hebben vaak wensen die tweevoeters: klein of
groot, rustig of waaks, maar bijna iedereen heeft de wens een
jonge hond te adopteren. Hooguit een jaar oud. En de oude Morus
weet wel dat hij niet aan hun wensen voldoet. Hij is oud en
hoewel hij zich best jeugdig kan gedragen, verraad zijn grijze
snoet zijn leeftijd. Het valt niet te ontkennen: ze komen niet
voor hem. Morus berust zich daar in en gaat maar in zijn mand
liggen. Hij ligt wat te soezen en geniet van de rust om hem
heen. Dan hoort hij het geluid van water en het geluid van
sleutels. Hij hoort dat er metalen kommen worden verschoven en
hij herkent het geluid van bezems. Het is tijd voor de
dagelijkse schoonmaak van de kennels. Morus hoopt maar dat de
tweevoeter dit keer een beetje oplet en die waterspuit niet op
hem richt. Dat gebeurt namelijk nog wel eens per ongeluk. Ze
hebben het ook zo druk die tweevoeters en ze willen dan snel de
schoonmaak doen. Hij zal proberen niet in de weg te lopen.
Morus
ziet zijn buurman enthousiast voor de tralies heen en weer
lopen. Zijn buurman wilt de aandacht van de vreemde tweevoeters
trekken. Op en neer springt hij. Morus herkent dit wel, vroeger
was hij ook zo. Nu wilt hij dat niet meer. Hij weet wel dat het
eigenlijk altijd verspilde energie is en nu hij ouder is
geworden kan hij het gewoon niet meer opbrengen. De schoonmaak
is klaar. Morus kruipt weer zijn mand in en draait zich nog eens
om. Hij hoort voetstappen, steeds opnieuw voetstappen. Ze komen
en ze gaan. Hij hoort ook stemmen, ze praten over van alles. Hij
hoort iemand praten over zijn oude hond die is overleden, degene
wilt nu weer een jonge hond. Zucht. Hij hoort een jonge
tweevoeter lachen om het spel van een pup. De pup mag mee. Wat
een geluk voor die pup! Hij hoort de deuren van de kennel
dichtslaan en ruikt de geur van een gloednieuwe riem. Je bent nu
onze hond, hoort hij een tweevoeter zeggen. De pup mag het asiel
verlaten. Die pup was nog maar zo kort in het asiel en ik wacht
al tijden, denkt de oude Morus. Hij is best jaloers. Zal zijn
wachten ooit beloond worden? Waarom komt er nooit iemand voor
hem? Hij weet best dat hij niet meer de jongste is en dat veel
mensen hem er woest uit vinden zien. Maar hij is allesbehalve
woest. Hij doet toch ook zijn best voor de tweevoeters? Hij
heeft toch nooit wat misdaan? Is er dan niemand die ziet dat hij
zo verlangt naar een fijn thuis? Dat hij zo vreselijk geniet van
de aandacht van de tweevoeters en hij zou er echt alles voor
over hebben om ook het asiel te mogen verlaten aan de zijde van
een tweevoeter die van hem houdt. Was er maar iemand die tegen
hem zei dat hij voortaan bij hem mag horen.
Hij
denkt terug aan de tijd voordat hij in het asiel kwam. Hij denkt
er niet graag aan terug. Nog steeds ruikt hij de geur van de
alcohol en denkt hij aan de gevoelens van pijn, honger en kou.
Hij weet nog hoe bang hij was als hij de zware voetstappen
hoorde. Hoe hij in een hoekje kroop. Hij weet nog dat er
uiteindelijk iemand kwam die hem meenam. Hij herinnert zich nog
het schreeuwen van de tweevoeter die hem niet wilde laten gaan.
Maar Morus was blij dat hij weg mocht. Lange tijd was hij bang
dat de tweevoeter hem weer zou komen halen, maar hij is nooit
gekomen. En er kwam niemand voor hem. Hij weet nu dat
tweevoeters zijn die lief zijn, hem goed verzorgen en af en toe
tijd hebben voor een knuffel. Hij hoopt dat er een keer een
goede tweevoeter voor hem komt. Dat hij een fijn thuis krijgt,
zonder pijn, honger en verdriet. Hij weet dat die huizen
bestaan. Vaak ziet hij honden meegenomen worden. Zij gaan zo’n
fijne toekomst tegemoet. Wanneer komt zijn kans?
Morus
hoort weer het geluid van de kruiwagens. De laatste maaltijd van
de dag komt er aan. Uit vele hondenkelen klinkt weer luid
geblaf. Morus probeert er niet op te letten en probeert alleen
aan het eten te denken dat steeds dichterbij komt. Morus wacht
geduldig, zoals je dat vaak ziet bij een oude hond. Tenslotte is
ze er en ze schept zijn kom vol. Een moment van plezier na een
dag van passiviteit en verveling. En beter nog: een volle maag!
Na het eten is het tijd voor een slaapje. Morus droomt weer. Het
is een droom van hoop. Hoop op een fijn thuis. Dan hoort hij een
geluid en hij wordt wakker. Er staat een jonge tweevoeter bij
zijn kennel en ze kijkt naar hem. Morus hoopt dat de tweevoeter
niet bang voor hem is. Wees alstublieft niet bang, ik ben geen
woesteling. Ze is niet bang en neemt hem mee. Frisse lucht, de
geur van gemaaid gras. Morus geniet van de vrijheid, de wind in
zijn haren. Ze maakt een wandeling met hem. Hij ziet die jonge
tweevoeters wel vaker met andere honden lopen en nu is hij aan
de beurt! Bij terugkomst is de aanblik van de kennels nog
triester. Het was zo mooi, even de vrijheid, de aandacht van een
tweevoeter. En nu moet hij weer terug in zijn kennel. Ze aait
hem nog even over zijn bol. Hij geniet van de aanraking. Dan is
hij weer alleen. Hij drinkt wat water en kruipt weer in zijn
mand. Hij luistert naar de geluiden: gepraat, de kruiwagens
worden schoongemaakt, sleutels. De geluiden sterven weg, de
honden zijn moe en gaan slapen. De poort van het asiel gaat weer
op slot. Weer een dag voorbij. Morgen weer een dag. Zal dan
eindelijk zijn geluk komen? Morus doet zijn ogen dicht en droomt
dat hij loopt aan de zijde van….
|